Bidden: een open weg naar God

Vandaag deel 2 van de preek die ik afgelopen zaterdag in Dedemsvaart heb gegeven op een cursus preekvaardigheid. Gisteren ging het over de worsteling met het gebed na de zondeval en de intimiteit van het gebed van bijvoorbeeld Abraham en Mozes.
Maar hoe zit het met gebedsverhoring? En hoe zit het eigenlijk met het gebed na de komst van Jezus? Jezus leerde ons toch het 'Onze Vader'?

De Amerikaanse professor Walter Wink zegt over deze gebeden van o.a. Abraham, Mozes, Hanna en David het volgende: ‘Het Bijbelse gebed is vrijpostig, halsstarrig, onbeschaamd, onbetamelijk. Het heeft meer weg van het afdingen in een marktkraam dan van de beleefde monologen in de kerk’.

En hoe zit het met ons?
Hoe zien onze gebeden eruit? Durven wij te strijden met God? Durven wij Hem aan te spreken op Zijn beloften en op Zijn eigenschappen? Laten wij het recht op zijn beloop? Of bidden we om een doorbraak van de gerechtigheid? Ik moet zeggen dat mijn gebeden vooral gevuld worden met mijn eigen wensen. Echt bidden voor een rechtvaardige wereld doe ik zelden. Het gebed van Abraham is een voorbeeld, wat ik meer en meer wil gebruiken. Laatst had ik het op mijn hart om te bidden voor de onderhandelingen in het Catshuis. Dat God de onderhandelingen wilde gebruiken tot Zijn eer en tot een eerlijke verdeling tussen rijk en arm in Nederland.


Worden gebeden altijd verhoord?
Werden alle gebeden in het Oude Testament verhoord? Of werden Gods beloften direct vervuld? Nee, want Mozes mocht niet het beloofde land binnen gaan. Iets dat hij toch wel heel graag gedaan zou hebben. En Abraham moest lange tijd wachten tot de belofte van een zoon werd vervuld. Hij wilde God zelfs een handje helpen bij het vervullen van de belofte door, op aandringen van zijn vrouw Sara, met zijn slavin Hagar naar bed te gaan.
David vastte en bad of God zijn zieke zoon, die uit de geslachtsgemeenschap met Bathseba was geboren, toch mocht blijven leven. Het gebeurde niet. Ook wilde David een tempel voor God bouwen. Het ging niet door. Zijn zoon Salomo mocht deze taak volbrengen.
Het ging God niet zozeer om de verhoring van al deze persoonlijke gebeden, maar om de vervulling van zijn beloften. Abraham kreeg naar Gods beloften een groot nageslacht, onder leiding van Mozes (en later Jozua) trok het volk Israël het beloofde land binnen.
In plaats van dat David een tempel voor God bouwde, bouwde God een huis voor hem. Dat staat in 2 Samuël 7, waar God het volgende tot David zegt: ‘jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen’.

Voorbeeld en opdracht
De gebeden van het Oude Testament mogen ons tot voorbeeld dienen, van hoe wij ook mogen bidden. Met deze rijke aanvulling: door het sterven van de Here Jezus, scheurde het voorhangsel voor het heilige der heiligen in de tempel. De weg tot God kwam vrij. Niet slechts de hogepriester kon alleen maar tot God komen, nu mocht iedereen tot God komen. Door het offer van de Here Jezus. Door de Here Jezus mogen wij God ‘onze Vader’ noemen, iets dat de Joden in het Oude Testament bijna niet durfden uit te spreken. Jezus laat zien in welke relatie wij tot God zijn komen te staan en in welke kinderlijke eenvoud wij tot God mogen naderen.
Gods Woord mag de basis zijn van ons bidden. Het gebed is niets anders dan een reactie, een antwoord van de mens op het spreken van God in Zijn Woord. We mogen God aanspreken op Zijn beloften. De lust en de liefde om God te zoeken zijn ons vergaan sinds de hof van Eden. Maar God knoopt het afgebroken gesprek echter weer aan. Hij nodigt ons uit om Hem aan te roepen. Hij wil de weerstanden die in ons woelen om met Hem in de stilte te verkeren overwinnen.
Soms is bidden door je knieën gaan. David heeft dat regelmatig gedaan. In het Nieuwe Testament lezen we dat Paulus dat ook deed. Ooit stond hij als vrome Jood kaarsrecht voor God. Uiteindelijk ging hij door de knieën voor Jezus. En dan bidt hij. Bidden moet geleerd worden. Het is geen prestatie, maar gratie. Het is geen kunst, maar een gunst!
En we hebben een geweldige leermeester: de Heilige Geest, die onze zwakheden te hulp komt en voor ons bidt met onuitsprekelijke zuchtingen (Romeinen 8: 26)



Reacties

Populaire posts